Nederlands > Engelse Index

a  ah
aanhebben, to wear 016
aankomen, to arrive 155
aanraken, to touch 075
aanvallen, to attack 183
aarde v., earth 003
aardewerk o., earthenware 119
acht, eight 187
achter, behind 162
achterkant m., back 162, not front
achternaam m., last name 065
adres o., address 012
af, ne(d)er, down 185
afkorting v., abbreviation 112
aftrekking v., subtraction 004
afval o., garbage 012
agressief, aggressive 058
al, already 069
alle, all 149
als, if 065
alstublieft, please 210, polite
altijd, always 115
ambtenaar m., official 159
antwoord o., answer 030
appreteren, to finish 156
arend m., eagle 045
arm, poor 016
arm m., arm 093
as v., ash 011
auto v., car 154
avond m., evening 037
avondmaal o., supper 116
azijn m., vinegar 117
b  bay
b. h. v., bra 180
baard m., beard 099
baby o., baby 005
bad o., bath 004
bal m., ball 003
ballon m., balloon 003
bamboe o., bamboo 030
bank v., bank 019
bast m., bark 094
batterij v., battery 004
bebouwen, to cultivate 129
bed o., bed 125
bedanken, to thank 210
bedelen, to beg 066
bediende m., servant 162
bedienen, to serve 162
bedroefd, sad 212
beeld o., image 060
been o., leg 093
beer m., bear 011, animal
beest o., beast 058
bejammeren, sorry 212
bel v., bell 019
belasting v., tax 020
beleefd, polite 111
benzine v., gas 004
berg m., mountain 013
bestelwagen m., van 154
betreden, to enter 149
bier o., beer 117
bijl v., ax 173
bijlage v., enclosure 141
bijten, to bite 080
binnen, inside 149
bitter, bitter 028
blad o., leaf 028
blauw, blue 028
blazen, to blow 080
bliksem m., lightning 009
blind, blind 077, adj.
bloed o., blood 101
bloeden, to bleed 101
bloem v., flower 028
bloot, naked 111
bodem m., bottom 136
boek o., book 209
boer m., farmer 001
boerderij v., farm 012
bonen v., beans 026
boog m., bow 177
boom m., tree 031
boos, angry 212
boot v., boat 153
borduurwerk o., embroidery 113
borst v., breast 066
borstel m., brush 172
bot o., bone 092
boter v., butter 004
bouwen, to build 142
boven, above 185
brief m., letter 060
bries v., breeze 008
bril m., glasses 019
broek v., pants 111
broer m., brother 005
bron v., well 004, water
brood o., bread 022
brug v., bridge 031
bruin, brown 111
buigen, to bow 072
buiten, outside 037
buitenlands, foreign 037
bus v., bus 154
buur m., neighbor 060
c  say
cadeau o., gift 107
camera v., camera 031
centrum o., center 184
chef m., chief 071
cheque v., check 107
chocolade v., chocolate 080
club v., club 209
computer v., computer 093
condoom o., condom 001
cosmetica v., cosmetics 093
cyaan, cyan 197
d  day
daar, there 138
dag m., day 035
dak o., roof 073
dal o., valley 017
dam m., dam 012
dameskapper v., hairdresser 115
dansen, to dance 205
dat, that 138
de m./ v.; het o.; de mv., the 138
deken v., blanket 098
dekking v., covering 134
deksel o., lid 028
delven, to dig 086
deur v., door 127
deze, this 152
diamant m., diamond 018
diarree v., diarrhea 004
dief m., thief 060
dienblad o., tray 121
diep, deep 004
dier o., animal 144
dik, thick 134
dinosaurus m., dinosaur 043
district o., district 139
dochter v., daughter 065
doden, to kill 182
doen, to do 060
dokter m., doctor 102
dolk m., dagger 171
donder m., thunder 009
donker, dark 035
dood m., death 105
doof, deaf 079
door, through 016
doos v., box 158
dorp o., village 132
dorstig, thirsty 004
draad m., thread 112
draaien, to turn 154
draak m., dragon 043
drie, three 185
drievoet m., tripod 123
drinken, to drink 116
dronken, drunk 117
droog, dry 066
droom m., dream 037
drukken, to print 167
dubbel, double 046
duim m., inch 179
duizend, thousand 188
dun, thin 028, material
duur, expensive 041
duwen, to push 086
dwaas, foolish 212
e  ay
echt, real 077
echt m., marriage 112
echtgenoot m., husband 001
echtgenote v., wife 065
een, 'n, a/an 185
een, one 185
effen, even 023
ei o., egg 047
eiland o., island 013
elektriciteit v., electricity 009
emmer m., bucket 031
en, and 080
enkel, single 080
enkel m., ankle 088
enveloppe v., envelope 179
erwt v., pea 026
eten, to eat 116
etter m., pus 093
f  ef
fabriek v., factory 136
familielid o., relative 060
fiets v., bicycle 154
film v., movie 006
fles v., bottle 120
fluit v., flute 203
fout v., fault 169
fout v., mistake 019
fruit o., fruit 031
g  khay
gaan, to go 147
gans v., goose 045
gapen, to yawn 081
garnizoen o., garrison 137
gas o., gas 007
gat o., hole 004
geboren, born 102
gebruiken, to use 157
gedrag o., conduct 145
geel, yellow 199
geest m., mind 212
gehoorzamen, to obey 079
gek, insane 104
geld o., money 019
gelijk, equal 023
geloven, to believe 060
gelukkig, happy 212
genieten van, to enjoy 135
gescheiden, divorced 065
geschrift o., writing 164
getuige m./v., witness 060
geurig, fragrant 211
gevangene m./v., prisoner 058
gevangenis v., prison 121
geven, to give 112
gevogelte o., fowl 044
gewelddadig, violent 144
geweldig, wonderful 001
gewricht o., joint 030
gezicht o., face 076
gezicht o., sight 078
gezin o., family 124
gierst v., millet 024
giraffe v., giraffe 054
gisteren, yesterday 035
glas o., glass 003, material
god(in) m.(v.), god(dess) 107
God m., God 107, no article
goed, good 192
goedkoop, cheap 041
golf v., wave 004
golfen o., golf 003
gordijn o., curtain 030
goud o., gold 019
graf o., grave 012
gras o., grass 028
grens v., boundary 128
grijs, gray 011
groeien, to grow 102, on. ww.
groen, green 112
groente v., vegetable 028
groep v., group 112
grond m., soil 012
groot, great 001
groot, big 001
grot v., cave 016
grote ketel m., caldron 122
h  hah
haak m., hook 118
haan m., rooster 046
haar, her 065, obj.
haar, her 201, adj.
haar o., hair 099
halen, to get 162
hallo, hello 080
hamer m., hammer 019
hand v., hand 086
handschoenen m. mv., gloves 001
handtas v., purse 111
hard, hard 018
hart o., heart 212
haten, to hate 212
haven v., harbor 004
hebben, to have 039
heersen, to rule 004
heet, hot 011
hek o., gate 126
hel v., hell 012
held m., hero 046
helikopter o., helicopter 048
helling v., slope 130
hem, him 060
hemel m., heaven 001
hen; ze, them 060
hen v., hen 046
hendel v., lever 031
hennep m., hemp 025
herenkapper m., barber 115
herfst m., fall 020, season
hersenen v. mv., brain 093
hert o., deer 054
het, it 055, subj.
het, it 055, obj.
heuvel m., hill 013
heuvel m., mound 133
hier, here 152
hij, he 060
hoe?, how? 212
hoed m., hat 115
hoef v., hoof 088
hoek m., corner 075
hoesten, to cough 080
homo, gay 212
hond m., dog 058
honderd, hundred 201
hongerig, hungry 116
hoofd o., head 073
hoog, high 015
hoop v., hope 039
hoorn m., horn 075
hopeloos, hopeless 039
horen, to hear 079
horloge o., watch 019
houden van, to love 212
houden van, to like 080
hout o., wood 031
huilen, to cry 080
huis o., home 124
hun, their 201
huren, to hire 079
huur v., rent 020
i  ee
ijs o., ice 010
ijzer o., iron 019, material
ijzerdraad o., wire 112
ik, I 175
in, in 012
index m., index 112
inferieur, inferior 144
informatie v., information 080
inhoud m., contents 077
inkomen o., income 149
inpakken, to wrap 111
insect o., insect 047
inslikken, to swallow 080
interest m., interest 172, on money
is, is 035, verb
j  yay
ja, yes 035
jaar o., year 032
jade o., jade 003
jagen, to hunt 058
jaloers, jealous 065
je(familiar); zich, yourself 068
jeuken, itch 104
jij, je(familiar); u, you 060, subj.
jong, young 197
jongen m., boy 064
jou, je(familiar); u, you 060, obj.
jouw, je(familiar); uw, your 201
juweel o., jewel 003
k  kah
kaal, bald 020
kaart v., map 141
kaartje o., ticket 107
kaas v., cheese 117
kachel v., stove 011
kam m., comb 031
kam m., crest 074
kameel m., camel 056
kamer v., room 124
kan, can 093, aux. verb
kanaal o., canal 004
kangoeroe m., kangaroo 051
kanon o., cannon 011
kantoor o., office 124
kapot, broken 119
kast v., cupboard 031
kat v., cat 057
katoen o., cotton 031
keel v., throat 080
kennen, to know 178
kerk v., church 012
ketting m., chain 019
keuken v., kitchen 127
kijken, to look 077
kijkje o., look 057
kind o., child 005
klank m., sound 202
klauw m., claw 090
klein, small 002
kleren o. mv., clothes 111
kleur v., color 196
kleverig, sticky 024
klimmen, to climb 090
kliniek v., clinic 127
klok v., clock 019
klompen m., clogs 091
kloppen, to knock 086
knie v., knee 088
knikken, to nod 073
knoop m., button 019
knoop m., knot 112
knopen, to tie 112
koe v., cow 055
koel, cool 010
koelkast v., refrigerator 010
koffie v., coffee 080
koken, to cook 011
kolen v. mv., coal 011
kom v., basin 121
komen, to come 060
komkommer v., cucumber 027
kompas o., compass 019
konijn o., rabbit 005
koning m., king 003
koningin v., queen 065
kooi v., cage 030
koorts v., fever 011
kop m., cup 031
kopen, to buy 041
koper o., copper 019
kopiëren, to copy 086
kort, short 178, time
koud, cold 010
kraam v., stall 134
kraan v., faucet 126
kracht v., force 144
kracht v., power 144
kramp v., cramp 104
krimpen, to shrink 112
kristal o., crystal 018
krokodil m., crocodile 042
krom, curved 066
kroon v., crown 074
kruid o., herb 028
kunstje o., trick 086
kussen, to kiss 080
kussen o., pillow 031
kwadraat o., square 114, shape
l  el
laag, low 060
laars v., boot 095
laat, late 152
lachen, to laugh 030
ladekast v., drawers 091, chest of
lage tafel o., low table 168
lager, lower 185
laken o., sheet 190, bed
lam, lame 088
lamp v., lamp 011
land o., land 012
land o., country 141, nation
landbouw m., farming 036
(land)schildpad v., tortoise 050
lang, tall 015
lang, long 034
langzaam, slow 212
leeftijd m., age 151
leeg, empty 016
leer o., leather 095
leeuw m., lion 058
leger o., army 154
leiding v., pipe 030
lelijk, ugly 117
lenen, to borrow 060
lente v., spring 035, season
lepel m., ladle 118
lepel m., spoon 171
leren, to learn 064
leren, to teach 183
leven, to live 060, to reside
leven o., life 102
levenloos, lifeless 102
lever v., liver 093
lezen, to read 210
lichaam o., body 072
licht o., light 005
lid o., limb 093
lied o., song 081
lift v., elevator 154
lijk o., corpse 091
lijm v., glue 004
likken, to lick 082
liniaal v., ruler 091, measure
links, left 143, direction
lippen v., lips 080
lippenstift v., lipstick 093
litteken o., scar 104
looierij v., tannery 096
lopen, to walk 145
lucht v., air 007
lucifer v., match 011
luid, loud 079
luidruchtig, noisy 080
luipaard m., leopard 057
lunch m., lunch 116
m  em
M., Mr. 102
maag v., stomach 093
maal o., meal 116
maan v., moon 039
maand v., month 039
maandverband o., sanitary napkin 115
maar, but 060, conj.
maat v., measure 130
machine v., machine 031
machinemens m., robot 060
magenta, magenta 198
mager, lean 104, thin
maken, to make 060
man m., man 060
mand v., basket 030
manen v. mv., mane 099
mannelijk, male 046
marcheren, to march 086
markt v., market 115
me, myself 068
meer o., lake 004
meester m., master 161
meisje o., girl 065
melk v., milk 065
meloen v., melon 027
mengen, to mix 213
mensen m. mv., people 060
menstruatie v., period 039
mes o., knife 172
mest m., dung 091
metaal o., metal 019
Mevr., Miss 065
Mevr., Mrs. 001
Mevr., Ms. 065
microscoop o., microscope 019
middag, noon 188
mij; me, me 175
mijn, my 201
miljoen o., million 005
mineraal o., mineral 018
minister-president m., prime minister 071
misdaad v., crime 180
missen, to miss 152
mist m., fog 009
moe, tired 060
moeder v., mother 062
moedig, brave 183
moeilijk, difficult 046
mond m., mouth 080
mooi, beautiful 052
morgen, tomorrow 035
morgen m., morning 036
motor m., motor 086
muis v., mouse 051
munt v., coin 019
muur m., wall 125, outside
muziek v., music 202
mysterie o., mystery 108
n  en
naaien, to sew 112
naald v., needle 019
naam m., name 080
naar, to 172
nacht m., night 037
nagel m., nail 090, part
narcoticum o., narcotic 025
Nederlander m., Dutch male resident 060
Nederlands, Dutch 141, country
Nederlands, Dutch 210, language
Nederlandse v., Dutch female resident 065
nee, no 035
neerslachtig, depressed 110
negen, nine 066
nek m., neck 073
nemen, to take 086
nest o., nest 140
net o., net 180
neus m., nose 085
neushoorn m., rhinoceros 055
niet, to do not 060
niets, none 191
nieuw, new 173
niezen, to sneeze 080
nodig hebben, to need 009
noedel m., noodle 022
noorden o., north 171
nu, now 003
nul, zero 009
nummer o., number 183
o  oa
observeren, to observe 078
oefenen, to practice 097
oever m., shore 013
of, or 175
of, whether 035
offer o., sacrifice 055
ogen o. mv., eyes 077
olie v., oil 004
olifant m., elephant 053
omdat, because 141
omheining v., fence 030
omkoping v., corruption 170
onder, below 185
onderbroek v., underpants 111
ondersteunen, to support 086
onderwijzer(es) m.(v.), teacher 080
ongehoorzaam zijn, to disobey 079
ongeluk o., accident 212
onkosten m. mv., expenses 157
ons, us 175
ontbijt o., breakfast 116
onze m./v.; ons o., our 201
onzijdig, neuter 184
oogst m., crop 020
ook, too 066, also
oordelen, to judge 172
oorlog m., war 175
oosten o., east 031
op, at 012, place
op, on 012
op, up 185
openbaren, to reveal 107
openen, to open 126
oplossen, to solve 075
opper-, upper 185
opstijgen, to ascend 014
optelling v., addition 144
oren o. mv., ears 079
oud, old 103
ovaal, oval 141
oven m., oven 011
over, over 152
overgeven, to vomit 080
overhemd o., shirt 111
overstroming v., flood 004
p  pay
paar, een; few 002
paar o., pair 046
paard o., horse 056
pad o., path 088
paleis o., palace 124
pan v., pan 019
papegaai m., parrot 045
papier o., paper 112
paraplu v., umbrella 060
paren, to mate 117
parfum v., perfume 004
particulier, private 069
paviljoen o., pavilion 135
pels m., fur 098
pen v., pen 030
penseel o., brush pen 166
peper m., pepper 031
per, per 062
piano v., piano 003
pijl m., arrow 178
pijn v., pain 104
pil v., pill 028
pistool o., gun 019
plant v., plant 031
plastic o., plastic 093
plezier o., fun 146
ploeg m., plow 129
pluim v., feather 097
poeder o., powder 021
politie v., police 210
pols m., wrist 093
pop v., doll 065
porselein o., porcelain 120
posten, to mail 138
postzegel m., stamp 107, postage
pot m., pot 119
prei v., leek 029
president m., president 112
priester m., priest 055
prins m., prince 064
prinses v., princess 065
produceren, to produce 102
projectiel o., missile 177
prostituee v., prostitute 065
provincie v., province 138
publiek, public 187
punt v., tip 002
q  kuw
r  ehr
raam o., window 016
radio v., radio 202
raket v., rocket 030
ramp v., disaster 107
rebel m., rebel 087
recht o., justice 151
rechter m., judge 124
rechts, right 080, direction
redden, to save 183, life
regen m., rain 009
regenboog m., rainbow 009
register o., record 165
reizen, to travel 152
rem v., brake 086
rennen, to run 146
repareren, to repair 060
restaurant o., restaurant 116
riem m., belt 115
rijden, to ride 056
rijk, rich 124
rijp, mature 011
rijp, ripe 011
rijst v., rice 021
rimpel m., wrinkle 094
rivier v., river 004
roepen, to call 080
roest o., rust 019
rok m., skirt 111
rollen, to roll 089
roman m., novel 210
rond; om-, round 141
rood, red 112
rook m., smoke 011
rubber o., rubber 093, material
rug m., back 093, part
ruim, spacious 136
ruimte v., space 001
ruw, harsh 059
s  es
saai, boring 212
sandalen v. mv., sandals 095
sap o., juice 004
satelliet m., satellite 035
saus v., sauce 117
schaal v., scale 042
schaap o., sheep 052
schaar v., scissors 172
schaduw v., shadow 006
scheerapparaat o., razor 172
scheet laten, een; to fart 091
schelp v., shell 041
scheren, zich; to shave 172
scherp, pungent 207
scherp, sharp 172
schicht m., dart 174
schieten, to shoot 179
schijnen, to shine 005
schild o., shield 077
schip o., ship 153
schitterend, brilliant 195
schoen m., shoe 095
school v., school 031
schoon, clean 004
schoor m., buttress 125
schoorsteen m., chimney 016
schotel m., dish 018
schrijven, to write 124
schrikken, frightened 056
schroef v., screw 019
schroevendraaier m., screwdriver 086
schuur v., barn 136
schuurtje o., outhouse 091
seizoen o., season 064
seks, sex 212
servet o., napkin 115
sigaret v., cigarette 011
slaaf m., slave 163
slaan, to hit 086
slagtand m., tusk 083
slang v., snake 047
slapen, to sleep 077
slecht, bad 105
slecht, evil 193
slecht, wicked 138
sleutel m., key 171
slot o., lock 019
sluiten, to close 126
smaken, to taste 080
sneeuw v., snow 009
snel, fast 212
sneltrein m., express 154
snijden, to carve 006
snijden, to cut 172
snor m., mustache 099
snorhaar m., whisker 100
snorken, to snore 085
soep v., soup 004
sok v., sock 111
soldaat m., soldier 160
soort o., kind 020
sparen, to save 060, money
speelgoed o., toys 003
speer v., spear 176
spelen, gamble 041
spelen, to play 003
spelletje o., game 175
spiegel m., mirror 019
spijker m., nail 019, metal
spook o., ghost 106
spraak v., speech 210
spreken, to speak 209
springen, to jump 088
staal o., steel 019
staan, to stand 150
staart m., tail 091
stad v., city 138
stad v., town 019
stam m., clan 070
station o., station 150
steel m., stem 032
steen m., stone 018
steil, steep 133
stelen, to steal 060
stemmen, to vote 086
ster v., star 035, heavenly
sterk, strong 177
sterven, to die 105
stier m., bull 055
stijf, stiff 018
stoel m., chair 031
stof v., cloth 115
stof v., stuff 021
stof o., dust 012
stok m., stick 031
stom, mute 080
stoppen, to stop 151
storm m., storm 008
straat v., street 145
strijden, to fight 181
strippen, to strip 093
stroom m., stream 004
stropdas v., tie 115
student m., student 064
stuk o., piece 182
succes o., success 144
suiker v., sugar 022
superieur, superior 060
t  tay
taal v., language 210
taart v., cake 022
tafel v., table 031
tak m., branch 033
tam, tame 056
tand m., tooth 083
tandvlees o., gums 084
tarwe v., wheat 022
taxi v., cab 154
teen m., toe 088
tegel m., tile 120
tegen, against 087
tekenen, to draw 128
tekening v., drawing 141
tekst m., text 164
telefoon v., telephone 210
telescoop v., telescope 019
televisie v., television 078
tellen, to count 183
tempel m., temple 136, shrine
temperatuur v., temperature 004
tent v., tent 115
thee v., tea 028
tien, ten 188
tijd m., time 035
tijger m., tiger 059
titel m., title 019
toilet o., washroom 127
tol m., toll 041
tomaat v., tomato 028
tong v., tongue 082
top m., top 073, part
toren m., tower 012
tot, until 155
tot ziens, goodbye 086
touw o., string 112
toverkunst v., magic 106
trap v., stairs 031
trappen, to kick 088
trein m., train 154
trekken, to pull 086
trommel v., drum 204
trompet v., trumpet 080
trots, proud 056
trouwen, to marry 065
trouwerij v., wedding 112
tuin m., garden 141
tulp v., tulip 028
tunnel v., tunnel 133
twee, two 186
u  uw
uit, from 128
uit, out 148
uitgeven, to spend 157
uitwerpselen o. mv., feces 091
urine v., urine 091
uur o., hour 035
v  fay
vader m., father 061
vakantie v., holiday 035
val v., trap 133
valhelm m., helmet 121
vallen, to fall 088
vals, false 060
van, of 201
vandaag, today 060
vangen, to catch 086
varken o., pig 053
vat o., vessel 121
veilig, safe 124
vel o., skin 094
veld o., field 128
ventilator m., fan 127
ver, far 152
verband o., bandage 115
verbouwen, to grow 034, ov. ww.
verdedigen, to defend 133
verdenken, to suspect 089
verdwaald, lost 001
verf v., paint 004
vergelijken, to compare 194
vergif o., poison 062
verkeer o., traffic 152
verkeersbord o., sign 190, traffic
verkleuren, to fade 111
verkopen, to sell 041
verkrachten, to rape 065
verlegen, shy 052
vermenigvuldigen, to multiply 063
vermenigvuldiging v., multiplication 063
verontschuldigen, to excuse 210
verpleegster v., nurse 077
vers, fresh 042
verslaving v., addiction 104
versnelling v., gear 084
verzameling v., collection 189
vet o., fat 093
vier, four 141
vijand m., enemy 183
vijf, five 186
vijzel m., mortar 131
vin v., fin 042
vinden, to find 086
vinger m., finger 086
violet, purple 112
vis m., fish 042
vlag v., flag 114
vlak, flat 032
vlees o., flesh 093
vlees o., meat 093
vleugel m., wing 097
vliegen, to fly 048
vliegtuig o., airplane 048
vloeien, to flow 004
vloeistof v., liquid 004
vloer m., floor 031
voeden, to feed 116
voedsel o., food 116
voet m., foot 088, part
voet m., foot 091, measure
voetbal m., soccer 003
vogel m., bird 045
volgen, to follow 088
voor, before 172
voorbeeld o., example 060
voorbereiden, to prepare 073
voordeel o., profit 172
voorkant m., front 172
voorruit v., windshield 091
voorvader m., ancestor 005
voorzeggen, to foretell 109
vork v., fork 087
vorm m., form 006
vormloos, formless 006
vraag v., question 080
vracht v., cargo 041
vrachtwagen v., truck 154
vragen, to ask 080
vriend m., friend 087
vrijheid v., freedom 068
vrouw v., woman 065
vrouwelijk, female 046
vuil, dirty 004
vullen, to fill 004
vuur o., fire 011
w  vay
waar, true 077
waar?, where? 138
waarom?, why? 090
wachten, to wait 030
walvis m., whale 042
wang v., cheek 073
wanneer?, when? 035
want, for 090, conj.
wapen o., weapon 080
warm, warm 035
was o., wax 047
wassen, to wash 004
wat?, what? 060
water o., water 004
week v., week 039
weer, again 087
weer o., weather 007
weg m., road 088
weggetje o., lane 069
weigeren, to refuse 086
wekken, to wake 117
welkom, welcome 152
wenkbrauw v., eyebrow 077
wensen, to wish 039
werk o., work 143
werpen, to throw 086
werpspeer v., javelin 175
wesp v., wasp 047
westen o., west 038
wie?, who? 210
wiel o., wheel 154
wij; we, we 175
wijn m., wine 117
wijs, wise 079
wijzigen, to change 183
wild zwijn o., boar 053
willen, to want 038
wind m., wind 008
(wind)molen m., (wind)mill 154
winnen, to win 041
winter m., winter 010
wit, white 201
woestijn v., desert 004
wol v., wool 098
wolk v., cloud 009
woord o., word 064
woordenboek o., dictionary 064
worm m., worm 047
wortel m., root 031
x  ix
y  ehy
z  zet
zaad o., seed 020
zaag v., saw 019
zak m., pocket 111
zand o., sand 004
zebra m., zebra 056
zee v., sea 004
zeep v., soap 206
zeeschildpad v., turtle 049
zegel o., seal 167, stamp
zegen m., blessing 107
zeggen, to say 209
zelf v., self 068
zes, six 187
zetten, to put 183
zeven, seven 185
zich, herself 068
zich, himself 068
zich, itself 068
zich, themselves 068
ziek, ill 104
ziekenhuis o., hospital 133
ziekenwagen o., ambulance 154
ziekte v., disease 104
ziel v., soul 106
zien, to see 078
zij; ze, she 065
zij; ze, they 060
zijde v., silk 112
zijn, his 201
zilver o., silver 019
zin m., sentence 080, words
zingen, to sing 080
zitten, to sit 012
zo, like 060, prep.
zoet, sweet 208
zomer m., summer 040
zon v., sun 035
zoon m., son 064
zout, salty 206
zout o., salt 206
zuiden o., south 188
zuigeling m., infant 067
zuigen, to suck 080
zus v., sister 065
zuur, sour 117
zwaard o., sword 172
zwak, weak 177
zwaluw v., swallow 011, bird
zwanger, pregnant 064
zwart, black 200
zwelling v., swelling 093
zwemmen, to swim 004
zwijgend, silent 197