English > Dutch Index

a
a/an, een; 'n 185
abbreviation, afkorting v. 112
above, boven 185
accident, ongeluk o. 212
addiction, verslaving v. 104
addition, optelling v. 144
address, adres o. 012
again, weer 087
against, tegen 087
age, leeftijd m. 151
aggressive, agressief 058
air, lucht v. 007
airplane, vliegtuig o. 048
all, alle 149
already, al 069
always, altijd 115
ambulance, ziekenwagen o. 154
ancestor, voorvader m. 005
and, en 080
angry, boos 212
animal, dier o. 144
ankle, enkel m. 088
answer, antwoord o. 030
arm, arm m. 093
army, leger o. 154
arrive, aankomen 155, ww.
arrow, pijl m. 178
ascend, opstijgen 014, ww.
ash, as v. 011
ask, vragen 080, ww.
at, op 012, place
attack, aanvallen 183, ww.
ax, bijl v. 173
b
baby, baby o. 005
back, rug m. 093, part
back, achterkant m. 162, not front
bad, slecht 105
bald, kaal 020
ball, bal m. 003
balloon, ballon m. 003
bamboo, bamboe o. 030
bandage, verband o. 115
bank, bank v. 019
barber, herenkapper m. 115
bark, bast m. 094
barn, schuur v. 136
basin, kom v. 121
basket, mand v. 030
bath, bad o. 004
battery, batterij v. 004
beans, bonen v. 026
bear, beer m. 011, animal
beard , baard m.099
beast, beest o. 058
beautiful, mooi 052
because, omdat 141
bed, bed o. 125
beer, bier o. 117
before, voor 172
beg, bedelen 066, ww.
behind, achter 162
believe, geloven 060, ww.
bell, bel v. 019
below, onder 185
belt, riem m. 115
bicycle, fiets v. 154
big, groot 001
bird, vogel m. 045
bite, bijten 080, ww.
bitter, bitter 028
black, zwart 200
blanket, deken v. 098
bleed, bloeden 101, ww.
blessing, zegen m. 107
blind, blind 077, adj.
blood, bloed o. 101
blow, blazen 080, ww.
blue, blauw 028
boar, wild zwijn o. 053
boat, boot v. 153
body, lichaam o. 072
bone, bot o. 092
book, boek o. 209
boot, laars v. 095
boring, saai 212
born, geboren 102
borrow, lenen 060, ww.
bottle, fles v. 120
bottom, bodem m. 136
boundary, grens v. 128
bow, buigen 072, ww.
bow, boog m. 177
box, doos v. 158
boy, jongen m. 064
bra, b. h. v. 180
brain, hersenen v. mv. 093
brake, rem v. 086
branch, tak m. 033
brave, moedig 183
bread, brood o. 022
breakfast, ontbijt o. 116
breast, borst v. 066
breeze, bries v. 008
bridge, brug v. 031
brilliant, schitterend 195
broken, kapot 119
brother, broer m. 005
brown, bruin 111
brush, borstel m. 172
brush pen, penseel o. 166
bucket, emmer m. 031
build, bouwen 142, ww.
bull, stier m. 055
bus, bus v. 154
but, maar 060, conj.
butter, boter v. 004
button, knoop m. 019
buttress, schoor m. 125
buy, kopen 041, ww.
c
cab, taxi v. 154
cage, kooi v. 030
cake, taart v. 022
caldron, grote ketel m. 122
call, roepen 080, ww.
camel, kameel m. 056
camera, camera v. 031
can, kan 093, aux. verb
canal, kanaal o. 004
cannon, kanon o. 011
car, auto v. 154
cargo, vracht v. 041
carve, snijden 006, ww.
cat, kat v. 057
catch, vangen 086, ww.
cave, grot v. 016
center, centrum o. 184
chain, ketting m. 019
chair, stoel m. 031
change, wijzigen 183, ww.
cheap, goedkoop 041
check, cheque v. 107
cheek, wang v. 073
cheese, kaas v. 117
chief, chef m. 071
child, kind o. 005
chimney, schoorsteen m. 016
chocolate, chocolade v. 080
church, kerk v. 012
cigarette, sigaret v. 011
city, stad v. 138
clan, stam m. 070
claw, klauw m. 090
clean, schoon 004
climb, klimmen 090, ww.
clinic, kliniek v. 127
clock, klok v. 019
clogs, klompen m. 091
close, sluiten 126, ww.
cloth, stof v. 115
clothes, kleren o. mv. 111
cloud, wolk v. 009
club, club v. 209
coal, kolen v. mv. 011
coffee, koffie v. 080
coin, munt v. 019
cold, koud 010
collection, verzameling v. 189
color, kleur v. 196
comb, kam m. 031
come, komen 060, ww.
compare, vergelijken 194, ww.
compass, kompas o. 019
computer, computer v. 093
condom, condoom o. 001
conduct, gedrag o. 145
contents, inhoud m. 077
cook, koken 011, ww.
cool, koel 010
copper, koper o. 019
copy, kopiëren 086, ww.
corner, hoek m. 075
corpse, lijk o. 091
corruption, omkoping v. 170
cosmetics, cosmetica v. 093
cotton, katoen o. 031
cough, hoesten 080, ww.
count, tellen 183, ww.
country, land o. 141, nation
covering, dekking v. 134
cow, koe v. 055
cramp, kramp v. 104
crest, kam m. 074
crime, misdaad v. 180
crocodile, krokodil m. 042
crop, oogst m. 020
crown, kroon v. 074
cry, huilen 080, ww.
crystal, kristal o. 018
cucumber, komkommer v. 027
cultivate, bebouwen 129, ww.
cup, kop m. 031
cupboard, kast v. 031
curtain, gordijn o. 030
curved, krom 066
cut, snijden 172, ww.
cyan, cyaan 197
d
dagger, dolk m. 171
dam, dam m. 012
dance, dansen 205, ww.
dark, donker 035
dart, schicht m. 174
daughter, dochter v. 065
day, dag m. 035
deaf, doof 079
death, dood m. 105
deep, diep 004
deer, hert o. 054
defend, verdedigen 133, ww.
depressed, neerslachtig 110
desert, woestijn v. 004
diamond, diamant m. 018
diarrhea, diarree v. 004
dictionary, woordenboek o. 064
die, sterven 105, ww.
difficult, moeilijk 046
dig, delven 086, ww.
dinosaur, dinosaurus m. 043
dirty, vuil 004
disaster, ramp v. 107
disease, ziekte v. 104
dish, schotel m. 018
disobey, ongehoorzaam zijn 079, ww.
district, district o. 139
divorced, gescheiden 065
do, doen 060, ww.
do not, niet 060, ww.
doctor, dokter m. 102
dog, hond m. 058
doll, pop v. 065
door, deur v. 127
double, dubbel 046
down, af; ne(d)er 185
dragon, draak m. 043
draw, tekenen 128, ww.
drawers, ladekast v. 091, chest of
drawing, tekening v. 141
dream, droom m. 037
drink, drinken 116, ww.
drum, trommel v. 204
drunk, dronken 117
dry, droog 066
dung, mest m. 091
dust, stof o. 012
Dutch, Nederlands 141, country
Dutch, Nederlands 210, language
Dutch female resident, Nederlandse v. 065
Dutch male resident, Nederlander m. 060
e
eagle, arend m. 045
ears, oren o. mv. 079
earth, aarde v. 003
earthenware, aardewerk o. 119
east, oosten o. 031
eat, eten 116, ww.
egg, ei o. 047
eight, acht 187
electricity, elektriciteit v. 009
elephant, olifant m. 053
elevator, lift v. 154
embroidery, borduurwerk o. 113
empty, leeg 016
enclosure, bijlage v. 141
enemy, vijand m. 183
enjoy, genieten van 135, ww.
enter, betreden 149, ww.
envelope, enveloppe v. 179
equal, gelijk 023
even, effen 023
evening, avond m. 037
evil, slecht 193
example, voorbeeld o. 060
excuse, verontschuldigen 210, ww.
expenses, onkosten m. mv. 157
expensive, duur 041
express, sneltrein m. 154
eyebrow, wenkbrauw v. 077
eyes, ogen o. mv. 077
f
face, gezicht o. 076
factory, fabriek v. 136
fade, verkleuren 111, ww.
fall, herfst m. 020, season
fall, vallen 088, ww.
false, vals 060
family, gezin o. 124
fan, ventilator m. 127
far, ver 152
farm, boerderij v. 012
farmer, boer m. 001
farming, landbouw m. 036
fart, een scheet laten 091, ww.
fast, snel 212
fat, vet o. 093
father, vader m. 061
faucet, kraan v. 126
fault, fout v. 169
feather, pluim v. 097
feces, uitwerpselen o. mv. 091
feed, voeden 116, ww.
female, vrouwelijk 046
fence, omheining v. 030
fever, koorts v. 011
few, een paar 002
field, veld o. 128
fight, strijden 181, ww.
fill, vullen 004, ww.
fin, vin v. 042
find, vinden 086, ww.
finger, vinger m. 086
finish, appreteren 156, ww.
fire, vuur o. 011
fish, vis m. 042
five, vijf 186
flag, vlag v. 114
flat, vlak 032
flesh, vlees o. 093
flood, overstroming v. 004
floor, vloer m. 031
flow, vloeien 004, ww.
flower, bloem v. 028
flute, fluit v. 203
fly, vliegen 048, ww.
fog, mist m. 009
follow, volgen 088, ww.
food, voedsel o. 116
foolish, dwaas 212
foot, voet m. 088, part
foot, voet m. 091, measure
for, want 090, conj.
force, kracht v. 144
foreign, buitenlands 037
foretell, voorzeggen 109, ww.
fork, vork v. 087
form, vorm m. 006
formless, vormloos 006
four, vier 141
fowl, gevogelte o. 044
fragrant, geurig 211
freedom, vrijheid v. 068
fresh, vers 042
friend, vriend m. 087
frightened, schrikken 056
from, uit 128
front, voorkant m. 172
fruit, fruit o. 031
fun, plezier o. 146
fur, pels m. 098
g
gamble, spelen 041, ww.
game, spelletje o. 175
garbage, afval o. 012
garden, tuin m. 141
garrison, garnizoen o. 137
gas, benzine v. 004
gas, gas o. 007
gate, hek o. 126
gay, homo 212
gear, versnelling v. 084
get, halen 162, ww.
ghost, spook o. 106
gift, cadeau o. 107
giraffe, giraffe v. 054
girl, meisje o. 065
give, geven 112, ww.
glass, glas o. 003, material
glasses, bril m. 019
gloves, handschoenen m. mv. 001
glue, lijm v. 004
go, gaan 147, ww.
god(dess), god(in) m.(v.) 107
God, God m. 107, no article
gold, goud o. 019
golf, golfen o. 003
good, goed 192
goodbye, tot ziens 086
goose, gans v. 045
grass, gras o. 028
grave, graf o. 012
gray, grijs 011
great, groot 001
green, groen 112
group, groep v. 112
grow, groeien 102, on. ww.
grow, verbouwen 034, ov. ww.
gums, tandvlees o. 084
gun, pistool o. 019
h
hair, haar o. 099
hairdresser, dameskapper v. 115
hammer, hamer m. 019
hand, hand v. 086
happy, gelukkig 212
harbor, haven v. 004
hard, hard 018
harsh, ruw 059
hat, hoed m. 115
hate, haten 212, ww.
have, hebben 039, ww.
he, hij 060
head, hoofd o. 073
hear, horen 079, ww.
heart, hart o. 212
heaven, hemel m. 001
helicopter, helikopter o. 048
hell, hel v. 012
hello, hallo 080
helmet, valhelm m. 121
hemp, hennep m. 025
hen, hen v. 046
her, haar 065, obj.
her, haar 201, adj.
herb, kruid o. 028
here, hier 152
hero, held m. 046
herself, zich 068
high, hoog 015
hill, heuvel m. 013
him, hem 060
himself, zich 068
hire, huren 079, ww.
his, zijn 201
hit, slaan 086, ww.
hole, gat o. 004
holiday, vakantie v. 035
home, huis o. 124
hoof, hoef v. 088
hook, haak m. 118
hope, hoop v. 039
hopeless, hopeloos 039
horn, hoorn m. 075
horse, paard o. 056
hospital, ziekenhuis o. 133
hot, heet 011
hour, uur o. 035
how?, hoe? 212
hundred, honderd 201
hungry, hongerig 116
hunt, jagen 058, ww.
husband, echtgenoot m. 001
i
I, ik 175
ice, ijs o. 010
if, als 065
ill, ziek 104
image, beeld o. 060
in, in 012
inch, duim m. 179
income, inkomen o. 149
index, index m. 112
infant, zuigeling m. 067
inferior, inferieur 144
information, informatie v. 080
insane, gek 104
insect, insect o. 047
inside, binnen 149
interest, interest m. 172, on money
iron, ijzer o. 019, material
is, is 035, ww.
island, eiland o. 013
it, het 055, subj.
it, het 055, obj.
itch, jeuken 104
itself, zich 068
j
jade, jade o. 003
javelin, werpspeer v. 175
jealous, jaloers 065
jewel, juweel o. 003
joint, gewricht o. 030
judge, oordelen 172, ww.
judge, rechter m. 124
juice, sap o. 004
jump, springen 088, ww.
justice, recht o. 151
k
kangaroo, kangoeroe m. 051
key, sleutel m. 171
kick, trappen 088, ww.
kill, doden 182, ww.
kind, soort o. 020
king, koning m. 003
kiss, kussen 080, ww.
kitchen, keuken v. 127
knee, knie v. 088
knife, mes o. 172
knock, kloppen 086, ww.
knot, knoop m. 112
know, kennen 178, ww.
l
ladle, lepel m. 118
lake, meer o. 004
lame, lam 088
lamp, lamp v. 011
land, land o. 012
lane, weggetje o. 069
language, taal v. 210
last name, achternaam m. 065
late, laat 152
laugh, lachen 030, ww.
leaf, blad o. 028
lean, mager 104, thin
learn, leren 064, ww.
leather, leer o. 095
leek, prei v. 029
left, links 143, direction
leg, been o. 093
leopard, luipaard m. 057
letter, brief m. 060
lever, hendel v. 031
lick, likken 082, ww.
lid, deksel o. 028
life, leven o. 102
lifeless, levenloos 102
light, licht o. 005
lightning, bliksem m. 009
like, houden van 080, ww.
like, zo 060, prep.
limb, lid o. 093
lion, leeuw m. 058
lips, lippen v. 080
lipstick, lippenstift v. 093
liquid, vloeistof v. 004
live, leven 060, to reside, ww.
liver, lever v. 093
lock, slot o. 019
long, lang 034
look, kijken 077, ww.
look, kijkje o. 057
lost, verdwaald 001
loud, luid 079
love, houden van 212, ww.
low, laag 060
low table, lage tafel o. 168
lower, lager 185
lunch, lunch m. 116
m
machine, machine v. 031
magenta, magenta 198
magic, toverkunst v. 106
mail, posten 138, ww.
make, maken 060, ww.
male, mannelijk 046
man, man m. 060
mane, manen v. mv. 099
map, kaart v. 141
march, marcheren 086, ww.
market, markt v. 115
marriage, echt m. 112
marry, trouwen 065, ww.
master, meester m. 161
match, lucifer v. 011
mate, paren 117, ww.
mature, rijp 011
me, mij; me 175
meal, maal o. 116
measure, maat v. 130
meat, vlees o. 093
melon, meloen v. 027
metal, metaal o. 019
microscope, microscoop o. 019
milk, melk v. 065
millet, gierst v. 024
million, miljoen o. 005
mind, geest m. 212
mineral, mineraal o. 018
mirror, spiegel m. 019
miss, missen 152, ww.
Miss, Mevr. 065
missile, projectiel o. 177
mistake, fout v. 019
mix, mengen 213, ww.
money, geld o. 019
month, maand v. 039
moon, maan v. 039
morning, morgen m. 036
mortar, vijzel m. 131
mother, moeder v. 062
motor, motor m. 086
mound, heuvel m. 133
mountain, berg m. 013
mouse, muis v. 051
mouth, mond m. 080
movie, film v. 006
Mr., M. 102
Mrs., Mevr. 001
Ms., Mevr. 065
multiplication, vermenigvuldiging v. 063
multiply, vermenigvuldigen 063, ww.
music, muziek v. 202
mustache, snor m. 099
mute, stom 080
my, mijn 201
myself, me 068
mystery, mysterie o. 108
n
nail, nagel m. 090, part
nail, spijker m. 019, metal
naked, bloot 111
name, naam m. 080
napkin, servet o. 115
narcotic, narcoticum o. 025
neck, nek m. 073
need, nodig hebben 009, ww.
needle, naald v. 019
neighbor, buur m. 060
nest, nest o. 140
net, net o. 180
neuter, onzijdig 184
new, nieuw 173
night, nacht m. 037
nine, negen 066
no, nee 035
nod, knikken 073, ww.
noisy, luidruchtig 080
none, niets 191
noodle, noedel m. 022
noon, middag 188
north, noorden o. 171
nose, neus m. 085
novel, roman m. 210
now, nu 003
number, nummer o. 183
nurse, verpleegster v. 077
o
obey, gehoorzamen 079, ww.
observe, observeren 078, ww.
of, van 201
office, kantoor o. 124
official, ambtenaar m. 159
oil, olie v. 004
old, oud 103
on, op 012
one, een 185
open, openen 126, ww.
or, of 175
our, onze m./v.; ons o. 201
out, uit 148
outhouse, schuurtje o. 091
outside, buiten 037
oval, ovaal 141
oven, oven m. 011
over, over 152
p
pain, pijn v. 104
paint, verf v. 004
pair, paar o. 046
palace, paleis o. 124
pan, pan v. 019
pants, broek v. 111
paper, papier o. 112
parrot, papegaai m. 045
path, pad o. 088
pavilion, paviljoen o. 135
pea, erwt v. 026
pen, pen v. 030
people, mensen m. mv. 060
pepper, peper m. 031
per, per 062
perfume, parfum v. 004
period, menstruatie v. 039
piano, piano v. 003
piece, stuk o. 182
pig, varken o. 053
pill, pil v. 028
pillow, kussen o. 031
pipe, leiding v. 030
plant, plant v. 031
plastic, plastic o. 093
play, spelen 003, ww.
please, alstublieft 210, polite
plow, ploeg m. 129
pocket, zak m. 111
poison, vergif o. 062
police, politie v. 210
polite, beleefd 111
poor, arm 016
porcelain, porselein o. 120
pot, pot m. 119
powder, poeder o. 021
power, kracht v. 144
practice, oefenen 097, ww.
pregnant, zwanger 064
prepare, voorbereiden 073, ww.
president, president m. 112
priest, priester m. 055
prime minister, minister-president m. 071
prince, prins m. 064
princess, prinses v. 065
print, drukken 167, ww.
prison, gevangenis v. 121
prisoner, gevangene m./v. 058
private, particulier 069
produce, produceren 102, ww.
profit, voordeel o. 172
prostitute, prostituee v. 065
proud, trots 056
province, provincie v. 138
public, publiek 187
pull, trekken 086, ww.
pungent, scherp 207
purple, violet 112
purse, handtas v. 111
pus, etter m. 093
push, duwen 086, ww.
put, zetten 183, ww.
q
queen, koningin v. 065
question, vraag v. 080
r
rabbit, konijn o. 005
radio, radio v. 202
rain, regen m. 009
rainbow, regenboog m. 009
rape, verkrachten 065, ww.
razor, scheerapparaat o. 172
read, lezen 210, ww.
real, echt 077
rebel, rebel m. 087
record, register o. 165
red, rood 112
refrigerator, koelkast v. 010
refuse, weigeren 086, ww.
relative, familielid o. 060
rent, huur v. 020
repair, repareren 060, ww.
restaurant, restaurant o. 116
reveal, openbaren 107, ww.
rhinoceros, neushoorn m. 055
rice, rijst v. 021
rich, rijk 124
ride, rijden 056, ww.
right, rechts 080, direction
ripe, rijp 011
river, rivier v. 004
road, weg m. 088
robot, machinemens m. 060
rocket, raket v. 030
roll, rollen 089, ww.
roof, dak o. 073
room, kamer v. 124
rooster, haan m. 046
root, wortel m. 031
round, rond; om- 141
rubber, rubber o. 093, material
rule, heersen 004, ww.
ruler, liniaal v. 091, measure
run, rennen 146, ww.
rust, roest o. 019
s
sacrifice, offer o. 055
sad, bedroefd 212
safe, veilig 124
salt, zout o. 206
salty, zout 206
sand, zand o. 004
sandals, sandalen v. mv. 095
sanitary napkin, maandverband o. 115
satellite, satelliet m. 035
sauce, saus v. 117
save, redden 183, life, ww.
save, sparen 060, money, ww.
saw, zaag v. 019
say, zeggen 209, ww.
scale, schaal v. 042, fish
scar, litteken o. 104
school, school v. 031
scissors, schaar v. 172
screw, schroef v. 019
screwdriver, schroevendraaier m. 086
sea, zee v. 004
seal, zegel o. 167, stamp
season, seizoen o. 064
see, zien 078, ww.
seed, zaad o. 020
self, zelf v. 068
sell, verkopen 041, ww.
sentence, zin m. 080, words
servant, bediende m. 162
serve, bedienen 162, ww.
seven, zeven 185
sew, naaien 112, ww.
sex, seks 212
shadow, schaduw v. 006
sharp, scherp 172
shave, zich scheren 172, ww.
she, zij; ze 065
sheep, schaap o. 052
sheet, laken o. 190, bed
shell, schelp v. 041
shield, schild o. 077
shine, schijnen 005, ww.
ship, schip o. 153
shirt, overhemd o. 111
shoe, schoen m. 095
shoot, schieten 179, ww.
shore, oever m. 013
short, kort 178, time
shrink, krimpen 112, ww.
shy, verlegen 052
sight, gezicht o. 078
sign, verkeersbord o. 190, traffic
silent, zwijgend 197
silk, zijde v. 112
silver, zilver o. 019
sing, zingen 080, ww.
single, enkel 080
sister, zus v. 065
sit, zitten 012, ww.
six, zes 187
skin, vel o. 094
skirt, rok m. 111
slave, slaaf m. 163
sleep, slapen 077, ww.
slope, helling v. 130
slow, langzaam 212
small, klein 002
smoke, rook m. 011
snake, slang v. 047
sneeze, niezen 080, ww.
snore, snorken 085, ww.
snow, sneeuw v. 009
soap, zeep v. 206
soccer, voetbal m. 003
sock, sok v. 111
soil, grond m. 012
soldier, soldaat m. 160
solve, oplossen 075, ww.
son, zoon m. 064
song, lied o. 081
sorry, bejammeren 212
soul, ziel v. 106
sound, klank m. 202
soup, soep v. 004
sour, zuur 117
south, zuiden o. 188
space, ruimte v. 001
spacious, ruim 136
speak, spreken 209, ww.
spear, speer v. 176
speech, spraak v. 210
spend, uitgeven 157, ww.
spoon, lepel m. 171
spring, lente v. 035, season
square, kwadraat o. 114, shape
stairs, trap v. 031
stall, kraam v. 134
stamp, postzegel m. 107, postage
stand, staan 150, ww.
star, ster v. 035, heavenly
station, station o. 150
steal, stelen 060, ww.
steel, staal o. 019
steep, steil 133
stem, steel m. 032
stick, stok m. 031
sticky, kleverig 024
stiff, stijf 018
stomach, maag v. 093
stone, steen m. 018
stop, stoppen 151, ww.
storm, storm m. 008
stove, kachel v. 011
stream, stroom m. 004
street, straat v. 145
string, touw o. 112
strip, strippen 093, ww.
strong, sterk 177
student, student m. 064
stuff, stof v. 021
subtraction, aftrekking v. 004
success, succes o. 144
suck, zuigen 080, ww.
sugar, suiker v. 022
summer, zomer m. 040
sun, zon v. 035
superior, superieur 060
supper, avondmaal o. 116
support, ondersteunen 086, ww.
suspect, verdenken 089, ww.
swallow, inslikken 080, ww.
swallow, zwaluw v. 011, bird
sweet, zoet 208
swelling, zwelling v. 093
swim, zwemmen 004, ww.
sword, zwaard o. 172
t
table, tafel v. 031
tail, staart m. 091
take, nemen 086, ww.
tall, lang 015
tame, tam 056
tannery, looierij v. 096
taste, smaken 080, ww.
tax, belasting v. 020
tea, thee v. 028
teach, leren 183, ww.
teacher, onderwijzer(es) m.(v.) 080
telephone, telefoon v. 210
telescope, telescoop v. 019
television, televisie v. 078
temperature, temperatuur v. 004
temple, tempel m. 136, shrine
ten, tien 188
tent, tent v. 115
text, tekst m. 164
thank, bedanken 210, ww.
that, dat 138
the, de m./ v.; het o.; de mv. 138
their, hun 201
them, hen; ze 060
themselves, zich 068
there, daar 138
they, zij; ze 060
thick, dik 134
thief, dief m. 060
thin, dun 028, material
thirsty, dorstig 004
this, deze 152
thousand, duizend 188
thread, draad m. 112
three, drie 185
throat, keel v. 080
through, door 016
throw, werpen 086, ww.
thunder, donder m. 009
ticket, kaartje o. 107
tie, knopen 112, ww.
tie, stropdas v. 115
tiger, tijger m. 059
tile, tegel m. 120
time, tijd m. 035
tip, punt v. 002
tired, moe 060
title, titel m. 019
to, naar 172
today, vandaag 060
toe, teen m. 088
toll, tol m. 041
tomato, tomaat v. 028
tomorrow, morgen 035
tongue, tong v. 082
too, ook 066, also
tooth, tand m. 083
top, top m. 073, part
tortoise, (land)schildpad v. 050
touch, aanraken 075, ww.
tower, toren m. 012
town, stad v. 019
toys, speelgoed o. 003
traffic, verkeer o. 152
train, trein m. 154
trap, val v. 133
travel, reizen 152, ww.
tray, dienblad o. 121
tree, boom m. 031
trick, kunstje o. 086
tripod, drievoet m. 123
truck, vrachtwagen v. 154
true, waar 077
trumpet, trompet v. 080
tulip, tulp v. 028
tunnel, tunnel v. 133
turn, draaien 154, ww.
turtle, zeeschildpad v. 049
tusk, slagtand m. 083
two, twee 186
u
ugly, lelijk 117
umbrella, paraplu v. 060
underpants, onderbroek v. 111
until, tot 155
up, op 185
upper, opper- 185
urine, urine v. 091
us, ons 175
use, gebruiken 157, ww.
v
valley, dal o. 017
van, bestelwagen m. 154
vegetable, groente v. 028
vessel, vat o. 121
village, dorp o. 132
vinegar, azijn m. 117
violent, gewelddadig 144
vomit, overgeven 080, ww.
vote, stemmen 086, ww.
w
wait, wachten 030, ww.
wake, wekken 117, ww.
walk, lopen 145, ww.
wall, muur m. 125, outside
want, willen 038, ww.
war, oorlog m. 175
warm, warm 035
wash, wassen 004, ww.
washroom, toilet o. 127
wasp, wesp v. 047
watch, horloge o. 019
water, water o. 004
wave, golf v. 004
wax, was o. 047
we, wij; we 175
weak, zwak 177
weapon, wapen o. 080
wear, aanhebben 016, ww.
weather, weer o. 007
wedding, trouwerij v. 112
week, week v. 039
welcome, welkom 152
well, bron v. 004, water
west, westen o. 038
whale, walvis m. 042
what?, wat? 060
wheat, tarwe v. 022
wheel, wiel o. 154
when?, wanneer? 035
where?, waar? 138
whether, of 035
whisker, snorhaar m. 100
white, wit 201
who?, wie? 210
why?, waarom? 090
wicked, slecht 138
wife, echtgenote v. 065
win, winnen 041, ww.
wind, wind m. 008
(wind)mill, (wind)molen m. 154
window, raam o. 016
windshield, voorruit v. 091
wine, wijn m. 117
wing, vleugel m. 097
winter, winter m. 010
wire, ijzerdraad o. 112
wise, wijs 079
wish, wensen 039, ww.
witness, getuige m./v. 060
woman, vrouw v. 065
wonderful, geweldig 001
wood, hout o. 031
wool, wol v. 098
word, woord o. 064
work, werk o. 143
worm, worm m. 047
wrap, inpakken 111, ww.
wrinkle, rimpel m. 094
wrist, pols m. 093
write, schrijven 124, ww.
writing, geschrift o. 164
x
y
yawn, gapen 081, ww.
year, jaar o. 032
yellow, geel 199
yes, ja 035
yesterday, gisteren 035
you, jij, je(familiar); u 060, subj.
you, jou, je(familiar); u 060, obj.
young, jong 197
your, jouw, je(familiar); uw 201
yourself, je(familiar); zich 068
z
zebra, zebra m. 056
zero, nul 009